

31. De lessen van de korte stop
Hij heeft me gewaarschuwd:
‘Die catcher van Ripperda, dat is een boef.’
Onze korte stop kan het weten,
hij zit al heel lang in het eerste
en kent de meeste jongens tegen wie we spelen.
Hij vertelt me
hoe snel of langzaam ze zijn,
of ze hard slaan
of graag een stootslag neerleggen.
Maar ook of het mafketels zijn.
‘Voor die catcher moet je oppassen,
hij verbrijzelt je enkels als ie de kans krijgt.
Zorg dat je tegen je honk aan staat
in plaats van erbovenop.’
Dan is er nog zo’n gek,
de derde honkman van Rood Wit.
Bijna net zo breed als kort,
maatje kamer-olifant, zeg maar.
‘Die komt als een tank op het eerste honk af
en loopt graag,
zogenaamd per ongeluk, tegen je aan.
Schiet zo gauw de bal in je flap zit,
als een katapult van je honk af,
dan heb je een kans dat je het overleeft.
Ik ben blij met de ervaring van de korte stop.
En zijn tips.
Zo kan ik me instellen op de snelheid
van de bal en de loper
en leer mezelf te beschermen
als een spits in het voetbal
die een tackle ontwijkt.